Historie

 

Boerderij, Landhuis en Vishuys

Wanneer je via de appel-eikenlaan komt aanrijden lijkt het of je aankomt bij een Brabantse hoeve. ‘De Roudonck’ is echter een plek van verrassingen. Zo heeft de achterzijde van het woonhuis de uitstraling van een landhuis. Een huis dat vermoedelijk is gebouwd rond eind 1300 als omgrachte ‘principale’ woning; een woning van adel. Een sfeer die nog is terug te vinden in de gevels en in ‘De Hoge Kamer’ met z’n oude balken, schouw en muren van 35 cm dikte. De bouwwijze van dit huis is uniek en lijkt het meest op een ‘Hallenhuis’ op de grens van invloeden uit het Maasland en uit de Kempen. Toch is deze bouw nog niet ergens anders aangetroffen. In ‘De Hoge Kamer’ is vroeger mogelijk recht gesproken ten tijde dat Schepenen van ’s Hertogenbosch ‘De Roudonck’ bewoonden. Bij het huis hebben vroeger een bakhuis, duiventoren en waterput gestaan. In de muur van de zuidgevel bevindt zich een historisch metsel-teken, ook wel Vierschaar-teken genoemd. Dergelijke tekens werden aangebracht als eindwerkstuk van een metselgezel en / of als teken van rechtspraak.

Het huis heeft in de loop der honderden jaren ook dienst gedaan als boerderij, als huis voor melaatsen en heeft rechten gehad voor het kweken en verhandelen van vis. Vandaar dat aan de achterzijde van het terrein nog een oude visvijver ligt. Via de Essche Stroom werd de vis vervoerd naar de markt in Den Bosch. In een aantal oude beschrijvingen wordt ‘De Roudonck’ daarom ook wel ‘Het Vishuys’ genoemd.